Uitvraag doorontwikkeling governance Jeugdregio Zuid in Maastricht, Limburg | Opdracht

15 oktober 2026
Reageer direct
Reageren tot:

Job Description

jouw tarief: I uren: vanaf 30 I regio: Maastricht, Limburg I looptijd in maanden: 9 I verlenging mogelijk I opleiding: -hybride werken mogelijk

reageren kan óók via info@verseopdrachten.nl I uitgebreide eisen en wensen staan onderaan deze omschrijving, gebruik deze om jezelf goed voor te stellen

Opdracht in het kort

OpdrachtgeverGemeente Maastricht
InhuurvormZZP inhuur
RegioMaastricht, Limburg
Deadline Verse Opdrachten1 november 2026, 10:00
Urenvanaf 30
Start23 november 2026
Looptijd9 maanden

Reageren kan ook via info@verseopdrachten.nl.

Voor onze opdrachtgever zoeken wij een Uitvraag doorontwikkeling governance Jeugdregio Zuid in Maastricht, Limburg | Opdracht. Voldoe jij aan de eisen en wensen? Lijkt de opdracht jou leuk om te doen? Dan ben jij wellicht de kandidaat voor deze opdracht. Reageer en wij helpen je aan tafel.

Opdrachtomschrijving

De jeugdregio Zuid-Limburg bestaat uit 16 gemeenten die sinds 2015 samenwerken bij de inkoop van de jeugdzorg en de vorming van beleid. Afgelopen jaren is gebleken dat de structuur waarin die samenwerking was vormgegeven (sinds 2015) te weinig basis gaf voor de aansturing die nodig is. Mandaten om beslissingen te nemen waren versnipperd en daardoor was de samenwerking weinig slagvaardig. De inrichting van het huidige regioteam vindt zijn oorsprong in de aanbevelingen uit het F-Fort-rapport naar de regionale samenwerking in Zuid-Limburg. Sindsdien zijn belangrijke stappen gezet, waaronder de inrichting van het regioteam en een sterkere focus op regionale afstemming en integraliteit. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat een aantal vraagstukken die destijds zijn gesignaleerd nog altijd actueel zijn. Het gaat daarbij onder meer om de regionale slagkracht, de verhouding tussen lokale autonomie en regionale samenwerking, rollen en verantwoordelijkheden binnen de samenwerking en de wijze waarop besluitvorming wordt georganiseerd. Daarnaast treedt de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbj) gefaseerd in werking en verplicht gemeenten uiterlijk per 1 januari 2027 om onderdelen van de specialistische jeugdzorg regionaal te organiseren. Zuid-Limburg werkt momenteel samen op het juiste schaalniveau conform deze wet, via een centrumregeling. De vraag is of de huidige centrumregeling, eventueel aangevuld of aangepast, voldoende aansluit bij de toekomstige opgaven van de jeugdregio en de eisen die voortvloeien uit de Wvbj. De wet laat verschillende governancevarianten toe. Het Rijk spreekt in de toelichting een voorkeur uit voor bepaalde varianten, maar de regio maakt hierin een eigen afweging. Daarnaast is nu alleen de inkoop onderdeel van de huidige centrumregeling wat maakt dat andere besluiten (bijv. beleidsmatig, omtrent continuïteit van zorg of andere zaken die financiële gevolgen hebben) steeds via de 16 gemeenten besloten moeten worden. Wat vertragend werkt en de slagkracht van de regionale samenwerking beperkt. Ook is het expertteam nog niet verankerd in onze onderliggende centrumregeling. Dit vraagt om een herijking en doorontwikkeling van de governance, zodat taken, bevoegdheden, financiële verantwoordelijkheid en bestuurlijke aansturing duurzaam en juridisch robuust worden ingericht. Voor deze opgave wil de regio gebruikmaken van externe expertise en procesbegeleiding om een onafhankelijk proces te borgen. Doel van de opdracht Het doel van deze opdracht is het verkrijgen van een onafhankelijk en praktisch toepasbaar advies over de gewenste doorontwikkeling van de governance van de Jeugdregio Zuid-Limburg, passend bij: • de eisen van de Wvbj en Wgr; • de wensen en behoeften van de 16 gemeenten in Zuid-Limburg; • een effectieve, transparante en bestuurbare regionale samenwerking; • een solide inrichting van bevoegdheden, sturing en verantwoording. Het advies moet bestuurlijk bruikbaar zijn voor besluitvorming door colleges en gemeenteraden. Context en inhoudelijke opgave Op dit moment werken we samen op basis van de lichtste variant uit de WGR: de centrumregeling. In deze centrumregeling is de inkoop van jeugdhulp gemandateerd aan de centrumgemeente Maastricht, met een adviesorgaan (stuurgroep Jeugd), bestaande uit een afvaardiging van 6 gemeenten. Omdat er geen budgetrechten zijn overgeheveld en ook niet jaarlijks een begroting wordt opgesteld voor de zorgkosten, moeten vrijwel alle besluiten voorgelegd worden aan de 16 gemeenten (wethouders, colleges en soms raden). Omdat in dit proces het draagvlak vanuit 16 gemeenten (zowel beleid, toegangen als bedrijfsvoering) noodzakelijk is, is besluitvorming complex en duurt vaak meerdere maanden. Het regioteam zal dit voor 2026 inzichtelijk maken. Daarnaast heeft de huidige centrumregeling een aantal nadelen in de uitvoering van werkzaamheden, afsluiten van contracten en positionering van personeel. Sinds 1 januari 2026 werkt het regioteam vanuit een regionale en overstijgende rol aan samenhang tussen beleid, inkoop, uitvoering en bestuurlijke besluitvorming. Vanuit die positie ziet het regioteam patronen, dilemma’s en kansen die relevant zijn voor de verdere ontwikkeling van de jeugdregio. Het ligt daarom voor de hand dat het regioteam bij het onderzoek naar de doorontwikkeling van de governance een inhoudelijke bijdrage levert aan het gesprek over de toekomstige samenwerking binnen de jeugdregio. Daarbij gaat o.a. over de uitgangspunten die richting geven aan de regionale samenwerking, de verhouding tussen lokale en regionale verantwoordelijkheid, de rol van de verschillende gremia en de randvoorwaarden voor effectieve regionale sturing en besluitvorming. Het regioteam zal deze input aanleveren bij het onderzoeksbureau/de externe procesbegeleider. Ontwikkelingen met impact op de governance Op dit moment wordt een nieuwe aanbesteding voorbereid voor alle verblijfszorg, de segmentoverstijgende aanbesteding. Hierbij is de doelstelling om te gaan werken met vaste budgetten (lumpsum), die in een bepaalde bandbreedte kunnen variëren over de jaren. Onze governance moet dit proces en deze afspraken kunnen ondersteunen. Vanuit het Taskforce rapport is er een samenwerking ontstaan in Limburg onder de titel ‘robuust zorglandschap’. Vanuit de doelstellingen van de Taskforce wordt er gewerkt aan de samenwerking op het gebied van verblijfszorg op provinciaal niveau. Dit vraagt op termijn om een nieuwe governance op schaal van Limburg voor deze samenwerking. De governance van Zuid-Limburg moet flexibel en slagvaardig genoeg zijn om dit te kunnen faciliteren. Nieuwe wettelijke eisen De nieuwe Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg stelt eisen aan de inrichting van de governance, het type zorg dat gezamenlijk wordt ingekocht, de positionering van het regionale expertteam en de instelling van een regionale entiteit genaamd ‘jeugdregio’. Vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg moeten binnen de GR minimaal de volgende taken regionaal worden belegd per 2027: • regionale inkoop en subsidiering van aangewezen specialistische jeugdhulp; • contracteren en subsidiëren van gecertificeerde instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering); • uitvoering van regionale administratieve processen (monitoring, gegevensuitwisseling); • relatiemanagement; • organisatie van regionale expertteams; • bovenregionale afstemming over schaarse zorg; • proces en totstandkoming van een regiovisie. In de basis voldoen we momenteel aan de minimale eisen uit de wet. We hebben een centrumregeling en kopen de juiste vormen van jeugdhulp gezamenlijk in. In 2026 zal de regiovisie opgesteld worden conform de eisen die gesteld worden daaraan en zal ook het expertteam worden doorontwikkeld en structureel worden geborgd in onze jeugdregio. In de memorie van Toelichting van de WvbJ staat dat de regio de keuze heeft uit de drie varianten die de WGR kent (openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie en centrumregeling). Het Rijk geeft daarin aan dat de keuze voor een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie de voorkeur verdient, om te kunnen voldoen aan de doelen die de wet stelt. Maar de regio dient hierin een eigen afweging te maken. De WvbJ sluit daarmee andere vormen van samenwerkingsverbanden, zoals een stichting, uit. Deze wet wordt over twee jaar geëvalueerd en waar nodig bijgesteld wat de regering de mogelijkheid geeft om, bij onvoldoende vorderingen in de 42 regio’s, de eisen aan de samenwerking verder aan te scherpen. Centrale vraag van de opdracht Wat is, gegeven de wettelijke kaders en de regionale wensen en behoeften van de 16 gemeenten in Zuid-Limburg, de meest effectieve en toekomstbestendige inrichting van governance voor de Jeugdregio Zuid-Limburg, en hoe kan de regio daar gefaseerd naartoe groeien? Gewenste aanpak Om te komen tot een antwoord op bovenstaande centrale vraag zien wij een aanpak in 3 fases: Fase 1: Verkenning behoeften en noodzaak tot regionale samenwerking • Wat willen de 16 gemeenten gezamenlijk organiseren? De inhoud van de huidige centrumregeling sluit niet meer aan bij wat er in de praktijk gezamenlijk wordt opgepakt aan beleid en inkoop en samenwerkingsvormen zoals een expertiseteam, cliëntparticipatie of de centrale toegang verblijf. • De integrale Regiovisie vormt een belangrijke inhoudelijke bouwsteen voor deze verkenning. De regionale opgaven, strategische actielijnen en de visie op regionale samenwerking bieden richting aan het gesprek over de toekomstige governance. Daarnaast worden ontwikkelingen zoals het robuuste zorglandschap en de segmentoverstijgende aanbesteding betrokken. Van daaruit kan de collectieve opgave van de jeugdregio verder worden geconcretiseerd en kunnen dilemma’s en knelpunten in de huidige governance inzichtelijk worden gemaakt. • In deze verkenning dient meegenomen te worden welke knelpunten vanuit het Ffort rapport inmiddels opgelost zijn door de komst van het regioteam en welke nog resteren. • Het regioteam zal vanuit zijn regionale en overstijgende rol de uitgangspunten uitwerken die vanuit de visie van het regioteam richting moeten geven aan de toekomstige samenwerking binnen de jeugdregio Zuid-Limburg. Daarbij gaat het onder meer om een eerste uitwerking van de leidende principes, de verdeling van verantwoordelijkheden, de vormgeving van de regionale samenwerking en de randvoorwaarden voor effectieve sturing en besluitvorming. Deze uitwerking dient als input voor het onderzoeksbureau en wordt tevens benut als bouwsteen voor de verdere uitwerking van de Regiovisie. • Er dient een inhoudelijk gesprek gevoerd te worden waarbij mensen uit de regio worden uitgenodigd vanuit verschillende gezichtspunten, in elk geval degenen met zicht op/ervaring met de huidige knelpunten en ontwikkelingen in de regionale samenwerking: medewerkers en bestuurders van de 16 gemeenten, partners zoals zorgaanbieders en onderwijspartners en degenen die binnen centrumgemeente Maastricht werkzaam zijn voor de regio. • Uitkomst moet zijn een startpunt voor de verkenning op de doorontwikkeling van de governance, waarbij inzichtelijk is gemaakt welke knelpunten vragen om een juridische oplossing in de governance. Fase 2: Verkenning opties qua governance om de uitkomst uit fase 1 te faciliteren • Objectieve analyse van voor- en nadelen van verschillende governancemodellen. • Het onderzoek dient expliciet inzicht te geven in de mogelijkheden, voor- en nadelen van het voortzetten van de huidige centrumregeling, inclusief eventuele optimalisaties daarvan, naast de alternatieven van een bedrijfsvoeringsorganisatie of openbaar lichaam. • Het onderzoek dient expliciet inzicht te geven in de impact van de verschillende modellen voor de centrumgemeente Maastricht. • Concrete aanbevelingen voor doorontwikkeling van de governance in Zuid-Limburg. • Concreet advies over hoe dit geïmplementeerd kan worden en wat daarvoor nodig is. Fase 3: Implementatie van het advies • Gezamenlijke duiding van wat de regio zelf kan oppakken/inrichten en waar extern advies voor nodig is. • Onafhankelijke procesbegeleiding in deze fase tot realisatie. Na de uitwerking van fase 1 vindt er een bestuurlijke vaststelling plaats van deze uitkomsten door de stuurgroep. Op basis daarvan kan gestart worden met fase 2. Na fase 2 vindt er een go/no-go moment plaats waarbij de uitkomsten bestuurlijk worden voorgelegd ter besluitvorming aan de 16 wethouders. Het bureau wordt gevraagd om voor alle 3 de fases een aanpak uit te werken waarbij de 3e fase een optionele opdrachtverlenging is voor het bureau. Deelvragen fase 2 Het bureau wordt gevraagd om bij de objectieve verkenning van de verschillende governance opties in elk geval in te gaan op: • Doeltreffendheid – draagt de variant bij aan betere maatschappelijke resultaten? • Doelmatigheid – is de organisatie uitvoerbaar en efficiënt, zonder onnodige overhead? • Financiële robuustheid – hoe zijn budgetrecht, risico’s en eventueel weerstandsvermogen geregeld? • Risicobeheersing – hoe zijn control, monitoring, escalatie en rechtmatigheid geborgd? • Heldere rolverdeling – bestuurlijk en ambtelijk. • Democratische legitimatie – zijn raad en college goed gepositioneerd? • Informatievoorziening en transparantie – hoe worden de verschillende colleges en raden tijdig en eenduidig geïnformeerd over resultaten, risico’s en financiën? Daarnaast wordt het bureau gevraagd aandacht te besteden aan onderstaande concrete vragen: • Hoe kan regionale besluitvorming over o.a. inkoop en financiën worden versneld, zonder dat de positie en invloed van gemeenteraden onder druk komt te staan? • De governancevarianten dienen inzicht te geven in de mate waarin zij functioneren bij behoud van lokale toegangen, en welke aanvullende afspraken of uniformering daarbij noodzakelijk zijn. • De governance modellen dienen inzicht te geven in de mate waarin ze de werkwijze na uitvoering van de segmentoverstijgende aanbesteding ondersteunen, met name de wijze van bekostiging. • Wat is de positie van de centrumgemeente binnen de regionale samenwerking? Onderzoek hoe rollen, verantwoordelijkheden, mandaten en belangenafwegingen zodanig kunnen worden ingericht dat voor alle deelnemende gemeenten helder is vanuit welke rol bestuurders optreden en hoe regionale belangen zich verhouden tot lokale belangen. • Het governance model dient inzicht te geven in hoe de sturing op de naleving van de afspraken in de praktijk uitgevoerd kan worden. • Het governance model in relatie tot GI’s, aanbieders en bovenregionale samenwerking (Robuust Jeugdzorglandschap). • Positionering en personele gevolgen voor het regionale expertteam, uitvoerende medewerkers binnen gemeente Maastricht en regioteam jeugdhulp Zuid-Limburg. De uitkomsten van fase 1 zullen leiden tot een verdere aanvulling van deze vragen. Gewenste resultaten • Een helder en onderbouwd adviesrapport op na fase 1 en fase 2, over de meest passende governance. • Een vergelijking van mogelijke governance-varianten (met voor- en nadelen). • Een voorkeursmodel met concrete inrichtingselementen. • Een praktisch implementatie- en groeipad. • Inzicht in risico’s en beheersmaatregelen. • Bestuurlijke samenvatting geschikt voor besluitvorming. Afbakening De opdracht richt zich op governance, sturing en bestuurlijke inrichting van de Jeugdregio. Het betreft geen inhoudelijke herijking van jeugdhulpbeleid of inkoopstrategie, behalve waar dit direct raakt aan governance. Betrokken partijen • De 16 gemeenten (bestuurlijk en ambtelijk) in de Jeugdregio Zuid-Limburg; • De samenwerkingsverbanden in Noord en Midden-Limburg (Robuust zorglandschap); • Bestuurlijke vertegenwoordiging vanuit de stuurgroep jeugd; • Ambtelijke begeleidingsgroep; • Relevante ketenpartners (waar nodig). Schijnzelfstandigheid (Wet DBA) Voor de uitvoering van deze opdracht geldt dat sprake is van een duidelijke resultaatverplichting. De opdracht is gericht op het realiseren van een concreet eindproduct. De opdrachtnemer dient de werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht uit te voeren. De opdrachtnemer bepaalt zelfstandig op welke wijze de werkzaamheden worden uitgevoerd, hoe de werkzaamheden worden ingericht en op welke wijze het overeengekomen resultaat wordt bereikt. De gemeente Maastricht geeft in dat kader geen inhoudelijke aanwijzingen over de wijze van uitvoering van de werkzaamheden en oefent geen leiding of toezicht uit op de dagelijkse uitvoering van de opdracht. De gemeente Maastricht als opdrachtgever kan wel aanwijzingen geven omtrent het resultaat van de opdracht. Daarnaast dient de opdrachtnemer gebruik te maken van eigen faciliteiten, hulpmiddelen en bedrijfsmiddelen. Dit betekent dat de opdrachtnemer geen gebruik maakt van faciliteiten van de gemeente Maastricht, zoals een laptop, mobiele telefoon, werkplek of andere bedrijfsmiddelen. De opdrachtnemer is tevens zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de bedrijfsvoering die noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht en draagt zelf zorg voor passende verzekeringen, waaronder in ieder geval een verzekering voor ziekte en arbeidsongeschiktheid en, voor zover relevant, een beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Indien de opdracht wordt uitgevoerd door een zzp’er kan de opdrachtgever, indien daartoe aanleiding bestaat, verzoeken om aanvullende informatie of bewijsstukken waaruit blijkt dat daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de mate waarin de opdrachtnemer zich in het economisch verkeer als ondernemer manifesteert, bijvoorbeeld door het verwerven van opdrachten bij meerdere opdrachtgevers, het actief verrichten van acquisitie, het opbouwen van een eigen reputatie of positionering in de markt, en het zelfstandig dragen van ondernemersrisico. Tevens kan inzicht worden gevraagd in eerdere opdrachten, de duur van opdrachten en de wijze waarop de opdrachtnemer zich structureel als ondernemer in het werkveld profileert. De gemeente Maastricht behoudt zich evenwel het recht voor om, indien sprake is van omstandigheden die kunnen leiden tot een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid, aanvullende voorwaarden te stellen of nadere informatie op te vragen. Conform de toelatingsregeling van het Dynamisch Aankoopsysteem d.d. 13 oktober 2025 behoudt de opdrachtgever zich in dat kader uitdrukkelijk het recht voor om, indien het risico op schijnzelfstandigheid onvoldoende kan worden weggenomen, de overeenkomst niet aan te gaan dan wel tussentijds op te zeggen. 3. Functieprofiel kandidaat/ bureau De inschrijver kan één kandidaat aanbieden of een team van meerdere personen samenstellen voor de uitvoering van de opdracht. Indien meerdere personen worden ingezet, wordt de opdracht als één geheel uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de inschrijver. De inschrijver maakt in de inschrijving inzichtelijk welke personen worden ingezet, wat hun rol binnen de opdracht is en welke kennis en ervaring zij inbrengen. De opdracht wordt aan één inschrijver gegund. Het is niet mogelijk om de opdracht door meerdere inschrijvers gezamenlijk te laten uitvoeren. Gevraagde expertise • Expertise op het gebied van governance van regionale en/of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden; • Kennis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en bij voorkeur van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbj) en het jeugdzorgdomein; • Aantoonbare ervaring met bestuurlijke advisering binnen complexe intergemeentelijke samenwerkingsverbanden; • Aantoonbare ervaring met het analyseren, ontwerpen en/of doorontwikkelen van governance- en samenwerkingsmodellen; • Het vermogen om juridische, bestuurlijke, financiële en organisatorische vraagstukken in samenhang te beoordelen en te vertalen naar concrete en uitvoerbare adviezen; • Aantoonbare ervaring met het begeleiden van complexe verander- en implementatieprocessen binnen een bestuurlijke context.

Zo vergroot je je kans op deze opdracht

Bij veel opdrachtgevers wordt je cv eerst beoordeeld op de afzonderlijke eisen en wensen. Alleen noemen dat je ergens ervaring mee hebt, is daarom vaak niet voldoende.

Onderbouw in je cv zo concreet mogelijk waar, wanneer en in welke rol je de gevraagde ervaring hebt opgedaan. Benoem relevante opdrachten, organisaties, perioden, werkzaamheden en resultaten. Hoe eenvoudiger de beoordelaar jouw ervaring kan herleiden naar de eisen en wensen, hoe sterker je voorstel.

Wanneer je via Verse Opdrachten reageert, helpen wij je om je voorstel zo duidelijk mogelijk te maken voordat het wordt ingediend.

Voorstellen via Verse Opdrachten

Door op deze opdracht te reageren geef je Verse Opdrachten toestemming om jouw aangeleverde cv, toelichting en gegevens te gebruiken om je voor deze concrete opdracht voor te stellen. We stellen je alleen voor wanneer jij daarvoor akkoord hebt gegeven.

Waarom via Verse Opdrachten?

Wij willen dat zoveel mogelijk van het beschikbare tarief bij jou terechtkomt. Daarom werken we met lage en vooraf transparante fees. Onze fee bedraagt 7,5% tot 9%.

Wij helpen je actief om aan tafel te komen. We stoppen veel werk in de kwaliteit van jouw voorstel en in de aansluiting tussen je cv en de eisen en wensen van de opdrachtgever. Onze aanpak is gericht op een hoge succesratio.

We hebben voor vrijwel iedere situatie een passende route: ZZP Detachering, directe inhuur of traditionele projectdetachering. We zoeken een betrouwbare en zo gunstig mogelijke oplossing voor jou, ingericht in lijn met de geldende regels rond de Wet DBA. Je hoeft dus niet zelf verder te zoeken naar een passende inhuurconstructie.

Ook als je nog niet direct op een opdracht wilt reageren, zoeken we gratis en vrijblijvend met je mee. We stellen je alleen voor als jij dat wilt.

Vrijheid staat voorop. Geen onnodig beperkende contractafspraken. En besluit je na een gesprek dat de opdracht toch niet bij je past? Dan is afhaken geen probleem.

Interesse?

Reageer en wij helpen je aan tafel. Zorg dat je reactie ruim vóór de Verse Opdrachten-deadline bij ons binnen is, zodat we tijd hebben om je voorstel te controleren en te verbeteren.

Lukt reageren via de site niet? Mail dan naar info@verseopdrachten.nl.

Eisen:

Wensen: